Egmond aan den Hoef is vooral bekend om haar slot. Wouter van Egmond werd voor zijn wapenfeiten tijdens een kruistocht beloond. In 1206 werd hij tot ridder geslagen en kreeg daarmee het recht een kasteel te bouwen. Dat deed hij iets ten noorden van de hoeve van Berwout. 

 

Gedurende de middeleeuwen volgden verschillende verwoestingen en her- en verbouwingen. Telkens werd het kasteel groter, sterker en fraaier.

In 1573 werd het slot voor het laatst zwaar beschadigd. De watergeuzen staken het in brand. Ze wilden verhinderen dat de Spanjaarden dit strategische punt in handen zouden krijgen. De van Egmonds konden het herstel niet meer betalen en het kasteel verviel tot een ruïne.

In 1933 werden de fundamenten van het kasteel opnieuw opgemetseld. De directeur van het waterleidingbedrijf, J. van Oldenborgh, had voor elkaar gekregen dat dit door middel van een werkverschaffings-project gebeurde.

De slotkapel, de opgemetselde fundamenten van het kasteel en het standbeeld van Lamoraal, graaf van Egmond.

Luchtfoto van de slotfundamenten en de slotkapel.