In 977 liet Heer Walengier van Egmont tien huizen aan de zeekant van de duinen bouwen. Hier mochten vissers en hun gezinnen wonen. In ruil daarvoor moesten ze een tiende deel van hun vangst afstaan aan de abdij. In de loop der eeuwen breidde het dorp uit. 

De visserij floreerde. Aan het begin van de zestiende eeuw was Egmont aan Zee zelfs één van de belangrijkste vissersplaatsen aan de kust. Er werd gevist met een kleine platbodem, de Egmonder Pinck.

In de achttiende eeuw joegen zware stormen het dorp op hoge kosten. De zee rukte op, het strand kalfde af, en in de winter van 1743 verdween een deel van de huizen en de kerk in de golven. De doodssteek voor de Egmondse visserij vormde het Continentaal Stelsel tijdens de Franse tijd in de 19de eeuw. Na 1900 was er geen Egmonder vissersschuit meer over.

In de 20ste eeuw vonden steeds meer Egmonders werk in een nieuwe bedrijfstak, het toerisme. Het dorp groeide uit tot een bekende badplaats.