De abdij van Egmond en Sint Adelbertus zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Adelbert verkondigde in de achtste eeuw in de kuststrook bij Egmond het christendom Na zijn dood in 740 werd hij in de duinen begraven. Boven zijn graf werd een gedachteniskapel gebouwd.

 

In 939 kregen de relieken van Sint Adelbertus een plaats in een nieuw, meer landinwaarts gelegen kerk.

Naast de kerk werd een abdij gesticht. Deze groeide snel in omvang en aanzien. In de 12e eeuw had de abdij zeggenschap over meer dan 25 parochiekerken. Het grondbezit was uitgegroeid tot bijna 3000 hectaren. Na 1500 was het gedaan met de rijkdom van de abdij. Epidemieën, plunderingen en de kerkhervorming in de Noordelijke Nederlanden teisterden de abdij en haar bewoners.

In de 20e eeuw werd op dezelfde plaats een nieuw klooster gebouwd. Dit werd in 1950 tot abdij verheven.

Toen het lichaam van St. Adelbertus werd opgegraven vond men onder de sarcofaag een kristalheldere bron. Deze bron bestaat tot op de dag van vandaag en wordt ook wel de Adelbertusput genoemd.